Juf
Tienneke.

Staat in een vijver.

Eerst weet hij niet zeker of ze het wel is. Maar hij herkent de billen van Juffrouw Tineke uit duizenden. Haar beige broek plakt aan alle kanten tegen haar brede heupen. Hij kan de randen van haar onderbroek er zelfs doorheen zien. In de klas maken ze er altijd grapjes over. Of iemand nog gaat kamperen deze zomer, dan kunnen ze een van de tenten van juf Tineke misschien lenen.

Ze staat in de fontein. Tot aan haar kruis is alles nat geworden. Haar armen hangen slap langs haar lichaam. Als twee roeibootjes drijven haar handen op tegen de klippen van haar heupen. Ze staat met haar rug naar hem toe. Doodstil. Wat zou ze aan het doen zijn? Ze lijkt wel niet goed snik. Het is midden in de winter.

Flip staat vanaf een afstandje naar haar te kijken. Hij vraag zich af wat hij gaat doen. Het liefst zou hij naar de fontein lopen en haar tas ook in het water schoppen, die staat netjes op de rand. Hij weet precies wat erin zit. Haar broodtrommel met altijd hetzelfde. Eén boterham met jam en één boterham met servelaat. Haar hele tas stinkt een uur in wind van dat vlees. Onderin zit een zak mini stroopwafels. Die eet ze alleen als ze denkt dat anderen niet kijken. Ze heeft er een lippenstift inzitten die ze elke pauze op de wc gaat opdoen, na een paar uur zit het alleen nog in haar mondhoeken en op haar voortanden. Met Kerst wilde ze iedereen een kus geven voordat de vakantie begon. Alle jongens waren schreeuwend weggerend of hadden kokhals geluiden gemaakt.